(Q)EEG
Voor dit onderzoek worden losse electrodes,
of wordt een kapje over het hoofd, geplaatst en wordt de activiteit van de
hersenen gemeten.
Dankzij deze EEG meting kunnen we uitgebreid
de activiteit van verschillende hersengebieden in kaart brengen. Ook krijgen we
zicht op de mate van communicatie tussen de gebieden, waardoor veel gerichter
kan worden getraind. We maken zowel een kwantitatieve analyse (qEEG) als
kwalitatieve analyse (traditionele beoordeling).
Kwalitatieve analyse
Wij beschouwen een traditionele beoordeling
als onmisbaar voor een gedegen analyse. Alleen op het oog kunnen EEG opnames
betrouwbaar worden gezuiverd van meetfouten. Verder zijn veel ziektebeelden
niet te onderscheiden op basis van databases alleen.
Bij de kwalitatieve beoordeling van EEG wordt
niet alleen gekeken naar de snelheid van vuren van neuronen en de kracht
daarvan. Ook wordt gekeken naar de vorm (morfologie) van de verschillende
golven die op een EEG grafiek te zien zijn. Voor detectie van specifieke vormen
in het eeg die passend kunnen zijn bij bijvoorbeeld epileptische activiteit
hebben we de beschikking over geavanceerde software als Insight.
Onze deskundige werkt momenteel onder supervisie van
Professor J. Faber, neuroloog en docent aan de Charles Universiteit in Praag.
Kwantitatieve analyse
(qEEG)
QEEG staat voor kwantitatief EEG. Waar bij
kwalitatief EEG onder andere wordt gekeken naar de vorm (morfologie) van het
EEG wordt bij qEEG alleen gekeken naar verschillende frequenties, die via
statistische bewerkingen kunnen worden gefilterd uit de meting. Het mooie van
de gegevens die via deze techniek wordt verkregen is dat de data relatief
eenvoudig kan worden vergeleken met databases van gezonde personen. Voor de
interpretatie van qEEG data kunnen wij gebruik maken van zowel vergelijking
tussen eeg’s die zijn opgenomen in onze praktijken (Braincentre
Europe), als van de meest uitgebreide versie van Neuroguide
Normative Database. Ook hebben wij de beschikking over programma’s
als EEG-lab, (s)Loreta en Emegs.
Door de ontwikkeling van qEEG databases het
afgelopen decennium kan met deze techniek bijzonder goed in beeld worden
gebracht vanuit welke globale structuren eventuele afwijkende activiteit
afkomstig is en hoe de communicatie tussen verschillende gebieden verloopt. Het
grootste nadeel van deze techniek is dat deze alleen betrouwbaar genoemd kan
worden voor het meten van activiteit in de buitengelegen delen van het brein
(neocortex) en dat de zogenoemde spatiële resolutie beperkt is. Dit betekent in
de praktijk dat met de techniek niet heel precies kan worden gemeten. Een groot
voordeel daarentegen, ten opzichte van andere hersenscantechnieken, is de hoge
temporele resolutie. Dit betekent dat het EEG direct verandert bij bijvoorbeeld
het uitvoeren van een taak. Dankzij de verfijnde technieken kunnen we hierdoor
in sommige gevallen een idee krijgen wat er mis gaat wanneer iemand zwak
presteert op een bepaalde taak.